Verplaatsen van kabels en leidingen

Verplaatsen van kabels en leidingen

Uitgangspunten

Bij het verplaatsen van kabels en leidingen moet het voor zowel de ontwerper als de beheerder duidelijk zijn wat er met een asset gebeurt. In de tekening moet zichtbaar zijn welke wijzigingen worden uitgevoerd, terwijl bij het inlezen van de revisie in het GIS-systeem de nieuwe ligging ondubbelzinnig moet kunnen worden verwerkt.

 

Uitdagingen

Het opnemen van zowel de oude als de nieuwe ligging in één tekening leidt tot verschillende vraagstukken. Zo ontstaat de vraag welke geometrie moet worden opgenomen in de XML, hoe moet worden omgegaan met identificatie wanneer een object zowel een oude als nieuwe ligging heeft, en hoe visueel onderscheid wordt gemaakt tussen de bestaande en de nieuwe situatie.

Daarnaast moet onderscheid worden gemaakt tussen een bestaande kabel of leiding die wordt verplaatst en een volledig nieuw aangelegde kabel of leiding.

 

Aanpak

Om deze situaties eenduidig vast te leggen, wordt in de ontwerptekening de kabel of leiding tweemaal opgenomen met behoud van dezelfde GISid en Assetid. De bestaande ligging krijgt hierbij de status Bestaand, terwijl de nieuwe ligging wordt vastgelegd met de status Revisie (oftewel gewijzigd).

In de revisietekening wordt de kabel of leiding vervolgens nog slechts één keer opgenomen, waarbij alleen de nieuwe ligging wordt weergegeven met behoud van dezelfde GISid en Assetid. Ook hier wordt de status Revisie toegepast.

Omdat kabels en leidingen in de praktijk vaak slechts gedeeltelijk worden verplaatst, is het niet wenselijk dat de volledige lijn de symboliek van een verplaatst object krijgt. Om dit te voorkomen wordt gewerkt met hulplijnen. Deze hulplijnen maken onderscheid tussen het oorspronkelijke en het nieuwe tracé en worden weergegeven met de symboliek “VERPLAATSEN VAN” en “VERPLAATSEN NAAR”.

Uitwerking van het verplaatsen van kabels en leidingen

In Figuur 1 wordt het proces van het verplaatsen van een kabel weergegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de bestaande situatie, de ontwerptekening en de revisietekening. Figuur 1 toont schematisch de verandering van de bestaande situatie naar de nieuwe ligging.

Ver1.png

Figuur 1: Conceptuele weergave van het verplaatsen van een kabel tussen bestaande, ontwerp- en revisiesituatie

In de ontwerptekening wordt de kabel zowel in de oude als nieuwe ligging opgenomen. Hierbij worden hulplijnen toegepast om het verschil tussen beide situaties visueel te maken, met de bewerkingen “VERPLAATSEN VAN” en “VERPLAATSEN NAAR”. Deze hulplijnen worden in de XML vastgelegd als verplaatsing.

De bestaande ligging krijgt de status Bestaand, terwijl de nieuwe ligging wordt vastgelegd met de status Revisie. Hierbij blijven zowel de GISid als Assetid behouden, zodat de relatie tussen oud en nieuw eenduidig blijft.