Naamgeving van objecten
Vanaf versie 12 van het informatiemodel is de functie van moffen uniform vastgesteld voor alle netbeheerders.
LS mof – aftakkingen
AANSLUIT AFTAK
Bij een aftakking wordt een aansluitkabel gekoppeld aan een distributiekabel via een mof. Hierbij blijft de distributiekabel fysiek intact en wordt deze niet gesplitst. De mof fungeert in dit geval als aansluitpunt voor de aftakking (zie Figuur 1).
Figuur 1: Voorbeeld van een LS mof met functie aftakking, waarbij een aansluitkabel wordt aangesloten op een distributiekabel zonder deze te splitsen.
AFTAK EINDMOF
Bij een aftak eindmof is sprake van een (voorheen aanwezige) aftakking die is afgeknipt. De mof blijft aanwezig op de distributiekabel, maar de aansluiting naar het aansluitnet is niet meer in gebruik. De distributiekabel zelf blijft hierbij intact en wordt niet gesplitst (zie Figuur 2).
Figuur 2: Voorbeeld van een LS mof met functie aftak eindmof, waarbij een aansluiting is afgeknipt en de distributiekabel intact blijft.
AANSLUIT AFTAK DUBBEL
Bij een aftak dubbel worden twee aansluitkabels verbonden met één distributiekabel via een mof. De distributiekabel blijft hierbij intact en wordt niet gesplitst. De mof fungeert als verbindingspunt tussen de distributiekabel en twee afzonderlijke aansluitkabel (zie Figuur 3).
Figuur 3: Voorbeeld van een LS mof met functie aftak dubbel, waarbij twee aansluitkabels worden aangesloten op één distributiekabel zonder deze te splitsen.
AFTAK SPLITSEND
Bij een aftak splitsend wordt de distributiekabel daadwerkelijk gesplitst. In de mof worden meerdere kabels met elkaar verbonden, waarbij de oorspronkelijke kabelstructuur wordt onderbroken en verdeeld over meerdere richtingen (zie Figuur 4).
Figuur 4: Voorbeeld van een LS mof met functie aftak splitsend, waarbij drie distributiekabels in de mof met elkaar worden verbonden en de kabel wordt gesplitst.
AFTAK SPLITSEND (Aansluiting)
Bij deze situatie wordt een aansluiting gemaakt op een bestaande verbindingsmof (VAM: verbindings-/aftakmof). In de mof worden meerdere kabels met elkaar verbonden, waarbij de distributiekabel wordt gesplitst en een aansluitkabel wordt toegevoegd (zie Figuur 5).
Figuur 5: Voorbeeld van een LS mof met functie aftak splitsend (VAM), waarbij een aansluitkabel wordt aangesloten op een verbindingsmof en de kabel wordt gesplitst.
AFTAK NIET SPLITSEND
Bij een aftak niet splitsend wordt een nieuwe aftakking gerealiseerd op een bestaande distributiekabel, zonder dat deze kabel in de revisie wordt gesplitst. De bestaande kabel blijft in de tekening als één geheel weergegeven (zie Figuur 6). Deze mof functie zorgt er voor dat je een aftakmof kunt registreren in de revisie op een bestaande kabel zonder dat je in de revisie (NLCS++) de bestaande kabel hoeft te splitsen, dat splitsen van de kabel laat je dan over aan de assetregistratie.
Figuur 6: Voorbeeld van een LS mof met functie aftak niet splitsend, waarbij een nieuwe aftakking wordt toegevoegd zonder de bestaande distributiekabel te splitsen.
LS mof – verbindingen
VERBINDING
Bij een verbinding worden twee kabels met elkaar verbonden via een mof. Er is geen sprake van een aftakking; de mof fungeert uitsluitend als verbindingspunt tussen twee kabelsegmenten (zie Figuur 7).
Figuur 7: Voorbeeld van een LS mof met functie verbinding, waarbij twee kabels met elkaar worden verbonden.
COMBI LS-OV
Bij een combi LS-OV mof worden meerdere kabeltypen met elkaar verbonden. In deze situatie wordt een combikabel gekoppeld aan zowel een losse laagspanningskabel (LS) als een openbare verlichtingskabel (OV) (zie Figuur 8).
Figuur 8: Voorbeeld van een LS mof met functie combi LS-OV, waarbij een combikabel wordt verbonden met een afzonderlijke LS- en OV-kabel.
LS mof - eind- en mantelmoffen
EINDMOF, EINDDOP, EIND GEAARD EN LOODDOP
Bij eindmof, einddop, eindgeaard, loodkop eindigt een kabel in de mof. Er is geen sprake van een verbinding of aftakking naar andere kabels, de mof markeert het fysieke einde van de kabel (zie Figuur 9).
Figuur 9: Voorbeeld van een LS mof met functie eindmof, einddop, eind geaard of loodkop, waarbij een kabel eindigt in de mof.
MANTELREPARATIE, ZEGELWIJZIGING
Bij een mantelreparatie of zegelwijziging wordt een mof op een bestaande kabel geplaatst zonder dat de kabel wordt onderbroken of gesplitst. De mof heeft in dit geval geen verbindende of aftakkende functie, maar wordt toegepast voor onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan de kabel (zie Figuur 10).
Figuur 10: Voorbeeld van een LS mof met functie mantelreparatie of zegelwijziging, waarbij de mof op de kabel wordt geplaatst zonder deze te splitsen
HS en MS mof – aftakkingen
Binnen middenspanning (MS) en hoogspanning (HS) worden aftakkingen in de praktijk (eigenlijk) niet gerealiseerd met aftakmoffen. In plaats daarvan worden aftakkingen gemaakt in stations, bijvoorbeeld via kabelvelden.
Het informatiemodel ondersteunt echter wel een situatie waarin meerdere middenspanning kabels in een mof worden verbonden, zoals weergegeven in Figuur 11. Hierbij is sprake van een splitsende verbinding, waarbij drie kabels in de mof samenkomen.
AFTAK SPLITSEND
Figuur 11: Voorbeeld van een MS mof met functie aftak splitsend, waarbij drie kabels worden verbonden
HS en MS mof – verbindingen
VERBINDING
Binnen middenspanning (MS) en hoogspanning (HS) worden moffen toegepast om kabels met elkaar te verbinden. In deze situatie worden twee kabels via een mof aan elkaar gekoppeld, zonder dat er sprake is van een aftakking (zie Figuur 12).
Figuur 12: Voorbeeld van een MS mof met functie verbinding, waarbij twee kabels met elkaar worden verbonden
3FASE – 3X1FASE
In Figuur 13 wordt een 3-fase kabel verbonden met drie afzonderlijke 1-fase kabels (L1, L2 en L3) via een mof. In de mof worden in totaal vier kabels met elkaar verbonden: één 3-fase kabel en drie afzonderlijke fasen.
Figuur 13: Voorbeeld van een MS mof met functie 3-fase - 3x1-fase, waarbij een 3-fase kabel wordt opgesplitst naar drie afzonderlijke fasekabels (L1, L2 en L3)
HS en MS mof - eind- en mantelmoffen
EINDMOF, EINDDOP, EIND GEAARD EN LOODKOP
Bij eindmof, einddop, eind geaard, loodkop binnen middenspanning (MS) en hoogspanning (HS) eindigt een kabel in de mof. Er is geen sprake van een verbinding of aftakking naar andere kabels, de mof markeert het fysieke einde van de kabel (zie Figuur 14).
Figuur 14: Voorbeeld van een MS mof met functie eindmof, einddop, eind geaard of loodkop, waarbij een kabel eindigt in de mof.
MANTELZWIJZIGING, ZEGELWIJZIGING
Bij een mantelreparatie of zegelwijziging binnen middenspanning (MS) en hoogspanning (HS) wordt een mof op een bestaande kabel geplaatst zonder dat de kabel wordt onderbroken of gesplitst. De mof heeft hierbij geen verbindende of aftakkende functie, maar wordt toegepast voor onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan de kabel (zie Figuur 15).
Figuur 15: Voorbeeld van een MS mof met functie mantelreparatie of zegelwijziging, waarbij de mof op de kabel wordt geplaatst zonder deze te splitsen.
Naamgeving objecten in het informatiemodel Elektra en Gas
Naamgeving van stations
De naamgeving van stations is uniform vastgesteld voor alle netbeheerders. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen stations, namelijk hoofdstations van de landelijke netbeheerder (LNB), verdeelstations, klantstations, netstations en overige stations.
Netvlak
Het netvlak is onderdeel van de NLCS-laagnaam en geeft het spanningsniveau van het netwerk aan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen laagspanning (LS), middenspanning (MS) en hoogspanning (HS).
Laagspanning betreft netten tot 1 kV, middenspanning omvat het bereik van 1 kV tot 25 kV, en hoogspanning betreft netten vanaf 25 kV en hoger.
Voor laagspanning wordt daarnaast op dezelfde positie in de laagnaam ook de functie vastgelegd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere laagspanning (LS), openbare verlichting (OV) en een combinatie hiervan (LSOV, ook wel combinet).
Overige aandachtspunten
De functie tarief wordt uitgefaseerd in verband met de invoering van de slimme meter en wordt daarom niet langer opgenomen in het informatiemodel.