V12.1 NLCS++ Netbeheer

V12.1 NLCS++ Netbeheer

Wat is er veranderd?

Raadpleeg de . Voor meer detail op attribuut- en keuzelijstwijzigingen, raadpleeg .

Inhoud van het informatiemodel

Het informatiemodel bestaat uit een set van objecten, attributen en keuzelijsten die gezamenlijk de infrastructuur van netwerken beschrijven. De objecten zijn thematisch gegroepeerd per domein, zoals elektriciteit (laag-, midden- en hoogspanning), gas, telecom en algemene ondersteunende objecten.

Binnen deze domeinen worden verschillende typen assets gemodelleerd. Voor elektriciteit gaat het bijvoorbeeld om kabels, moffen en overdrachtspunten (zoals LSkabel, MSmof en HSstation), terwijl voor gas objecten zoals leidingen, afsluiters en appendages worden gebruikt (zoals Gleiding en Gafsluiter). Daarnaast bevat het model algemene objecten die procesinformatie ondersteunen, zoals projectreferenties, mantelbuisconstructies en opmerkingen.

 

In de tabelweergave van de documentatie zijn objecten, attributen en keuzelijsten interactief te raadplegen, waarbij doorklikken naar verdere specificaties mogelijk is.

In de objectenoverzichten wordt per object onder andere weergegeven tot welke groep het behoort, of het object splitsend is en wat de definitie en toepassing is binnen het netwerk. Vanuit deze objecten kan worden doorgeklikt naar de bijbehorende attributen.

Bij attributen wordt inzicht gegeven in de eigenschappen van een object, waaronder het datatype, de mogelijke waarden (via keuzelijsten) en een toelichting op het gebruik. Indien een attribuut gebruikmaakt van een keuzelijst, kan worden doorgeklikt om de volledige lijst van toegestane waarden en bijbehorende definities te raadplegen.

De keuzelijsten bevatten per waarde onder andere een domeinnaam, code en omschrijving (value). Daarnaast is inzichtelijk gemaakt welke waarden door verschillende netbeheerders, zoals Alliander, Stedin en Enexis, worden toegepast en kunnen deze lijsten worden gefilterd.

 

Het gasobject GappendageOverig wordt gebruikt voor het modelleren van minder gangbare appendages binnen het gasnet. Hieronder vallen onder andere electrolasmoffen, flensverbindingen, reparatiestukken, stoppelstukken, expansiestukken en Inject2seal. Deze aanpak maakt het mogelijk om ook andere, meer bijzondere typen appendages te registreren. Hiervoor kan de keuzelijst van het attribuut GappendageOverig.soort eenvoudig worden uitgebreid, zonder dat het informatiemodel zelf aangepast hoeft te worden.

Telecom objecten zijn beperkt tot de objecten die bij aanleg van middenspanning (MS) en eventueel gas worden mee gelegd. Dit zijn meestal HDPE-buizen. Daarnaast zijn kopernet-objecten met beperkte attributen meegenomen, omdat deze geregeld in projecten worden uitgenomen/verwijderd.

 

Documentatie van NLCS++ Netbeheer

Dit document beschrijft de principes achter de standaard, legt uit hoe allerlei situaties moeten worden verwerkt in het informatiemodel en beschrijft ook het bestandsformaat. Verder zijn de meest voorkomende use cases in detail uitgeschreven.

Binnen dit Powerpoint document kunt u eenvoudig vanuit de overzichtspagina naar het gewenste onderwerp springen. Met het “Home” icoontje springt u terug naar de overzichtspagina.

 

Het informatiemodel is in detail beschreven in dit Excel bestand:

In dit bestand wordt versiebeheer toegepast, waardoor eenvoudig te bepalen is welke wijzigingen in de meest recente versie zijn doorgevoerd. Selecteer in kolom BI “Versie laatste wijziging” op “V12.1” en zie direct welke attributen zijn aangepast. Kolom BJ “Toelichting wijziging” beschrijft wat is is aangepast. Dit bestand bevat van alle objecten en bijbehorende attributen ook de definities.

 

Aanvullend zijn ook de keuzelijsten in het informatiemodel vastgelegd. Deze zijn gedocumenteerd in het volgende bestand:

Ook in dit bestand wordt op soortgelijke wijze versiebeheer toegepast. Gebruik in tabblad “domain_value” kolom D “Versie laatste wijziging” om de regels te selecteren waarin wijzigingen zijn doorgevoerd in de laatste versie.

 

Om eenduidig onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld bestaande, nieuwe, te verwijderen of gewijzigde objecten, is het correct gebruik van de attributen Status, Bedrijfstoestand en Bewerking essentieel. Het gebruik hiervan en de definities zijn uitgewerkt per soort tekening (As is, As designed, As Built) in dit spreadsheet: .

 

De NLCS laagnaamopbouw is gestandaardiseerd voor alle netbeheerobjecten en kan worden samengesteld uit vaste tekstdelen en waarden van attributen. Onderstaand spreadsheet geeft de specificatie hoe de laagnamen moeten worden opgebouwd.

 

Bestanden voor gebruik van de standaard in software oplossingen.

Het informatiemodel is vastgelegd in deze XSD:

Aangezien de netbeheerder bijvoorbeeld verschillende materialen gebruiken, zijn de keuzelijsten per netbeheerder in aparte XSD’s vastgelegd:

De styling van alle objecten is vastgelegd in template tekeningen: dat zijn AutoCAD tekeningen waarin elk object één keer voorkomt in combinatie met elke mogelijke status. Aangezien de gebruikte materialen kunnen verschillen tussen de netbeheerder, is er voor elke netbeheerder een template tekening:

In deze template tekeningen wordt gebruik gemaakt van deze lijnstijlen: Lijntypes.zip

Voorbeeldbestanden

In de documentatie is Use Case 6: Inlussen MS station uitgelegd. Deze use case is ook uitgewerkt in de vorm van concrete voorbeeldbestanden in het uitwisselformaat.

Het betreft een fictief project, waarbij de objecten in elke tekening zo realistisch mogelijk conform de standaard zijn vastgelegd.

Soort tekening:

DWG en XML bestanden:

Bestaande situatie (as is)

Ontwerp (as designed, to be)

Revisie (as built)