Technische richtlijnen DevOps & Infrastructure as Code (IaC)

Technische richtlijnen DevOps & Infrastructure as Code (IaC)

Inleiding

Binnen Infraplannen wordt DevOps en Infrastructure as Code (IaC) gebruikt om de IT-infrastructuur op een geautomatiseerde, herhaalbare en veilige manier te beheren. Door middel van Terraform en Azure DevOps Pipelines worden infrastructuur en applicaties consistent uitgerold, beheerd en beveiligd.

Beveiliging is een integraal onderdeel van deze aanpak. Secrets en credentials worden beheerd in Azure Key Vault, terwijl toegang tot CI/CD-pipelines streng wordt gecontroleerd via Managed Identities en Entra ID (Azure AD).

 

FAQ

1. Hoe wordt infrastructuur binnen Infraplannen beheerd?

Infrastructuur wordt volledig geautomatiseerd uitgerold via Terraform, waardoor handmatige fouten worden voorkomen.

2. Hoe worden secrets en credentials beveiligd in DevOps Pipelines?

Azure Key Vault wordt gebruikt voor het opslaan van secrets, certificaten en API-sleutels, en toegang wordt geregeld via Managed Identities.

3. Hoe wordt toegang tot CI/CD-pipelines beveiligd?

Toegang tot Azure DevOps is beperkt via Entra ID en Role-Based Access Control (RBAC). Alleen geautoriseerde gebruikers en services kunnen deploys uitvoeren.

4. Hoe worden codewijzigingen beveiligd en gecontroleerd?

Alle wijzigingen worden gereviewd via pull requests, en security-scans worden automatisch uitgevoerd binnen de CI/CD-pipelines.

5. Hoe wordt infrastructuur gecontroleerd op compliance?

Azure Policy en Defender for DevOps dwingen beveiligingsstandaarden af en blokkeren ongewenste configuraties.

6. Hoe wordt DevOps geautomatiseerd zonder hardcoded credentials?

CI/CD-pipelines maken gebruik van Managed Identities en federatieve authenticatie, zodat geen hardcoded credentials nodig zijn.

7. Hoe worden kwetsbaarheden in IaC-scripts gedetecteerd?

Terraform-configuraties worden gescand op beveiligingsrisico’s met Microsoft Defender for DevOps en open-source security tools zoals tfsec en Checkov.

8. Hoe worden build- en release-artefacten beveiligd?

Artefacten worden versleuteld opgeslagen in Azure Artifacts, en alleen geautoriseerde build-agents hebben toegang.

9. Hoe wordt netwerkbeveiliging gehandhaafd bij infrastructuurdeploys?

Alle infrastructuur wordt geautomatiseerd uitgerold met NSG’s, Private Endpoints en Just-In-Time (JIT) toegang.

 

Infraplannen is een Agile-ontwikkelde applicatie en bevindt zich nog in actieve ontwikkeling. Dit betekent dat zowel de functionaliteit als de beveiligingsmaatregelen continu worden verbeterd en geoptimaliseerd.

Toelichting op de maatregelen

1. Infrastructure as Code (IaC) & automatisering

  • Terraform wordt gebruikt voor infrastructuurdeployments.

  • Azure DevOps Pipelines regelen CI/CD-workflows en beveiligde deployments.

  • Microsoft Defender for DevOps bewaakt de beveiliging van CI/CD-pipelines.

2. Beveiliging en toegangscontrole

  • RBAC en Managed Identities regelen veilige toegang tot DevOps-tools.

  • Azure Key Vault beheert alle secrets en API-sleutels.

  • Defender for DevOps scant infrastructuurconfiguraties op kwetsbaarheden.

3. Compliance en monitoring

  • Azure Policy handhaaft compliance-regels voor infrastructuur.

  • Terraform-scripts worden geautomatiseerd gescand op beveiligingsrisico’s.

  • Logging en monitoring van CI/CD-pipelines gebeurt via Azure Monitor en Sentinel.


bronverwijzingen